Lorentz Center - PERSBERICHT
  Current Workshop  |   Overview   Back  |   Print   |   Home   |   Search   |     

    PERSBERICHT

Helder zicht voor nieuwe telescoop

Astronomen komen van 26 april tot 29 april bijeen in het Lorentz Center (Leiden) in een workshop over een nieuwe waarneemtechniek, waarmee scherper kan worden waargenomen.

Turbulenties in de atmosfeer vormen een belangrijke beperking voor astronomische waarnemingen. Ze zorgen ervoor dat lichtstralen worden uitgesmeerd. Een 4 meter telescoop ziet daardoor even scherp als een amateurkijker met een lens van 20 cm doorsnede. Het heeft dus geen zin om lenzen en spiegels te vergroten om scherper waar te nemen. Kleine details gaan toch verloren in atmosferische vertroebeling. Grote kijkers worden alleen gebouwd om meer licht te verzamelen, zodat ook zwakkere objecten zichtbaar worden. Je ziet meer, maar niet scherper. Ruimtetelescopen, zoals de Hubble Space Telescope, hebben geen last van de atmosfeer en zien dus wel scherper. Maar die zijn 20 maal zo duur als de grootste telescopen op aarde.

Rond 1990 deden telescopen hun intrede met zogeheten adaptive optics, die de atmosferische vertroebeling automatisch corrigeren. Het spiegeloppervlak van zulke telescopen beweegt mee met de turbulenties in de atmosfeer. Honderden kleine pinnetje duwen tegen de achterkant van de spiegel en zorgen zo voor precies de goede vervorming. Dat maakt dat de storende effecten gecompenseerd worden. Een computersysteem dirigeert de pennetjes. Daartoe wordt in real time de atmosferische verstoring berekend, aan de hand van de waarnemingen van een heldere ster. Met die gegevens worden de pinnetjes 100 keer per seconde bijgesteld. Een aantal grote telescopen werkt inmiddels met adaptive optics, bij voorbeeld de Keck telescoop op Mauna Kea (Hawaii) en de VLT in Paranal.

Nadeel van dit systeem is dat zo'n telescoop maar een beperkt blikveld heeft. De atmosferische verstoringen variĆ«ren namelijk van plaats tot plaats. Als je corrigeert voor de turbulenties in het midden van het beeld, heb je daaraan niets voor de randen. Als je kijkt naar één klein object is dat niet erg. Maar astronomen willen vaak ook de omgeving bestuderen, of meerdere objecten tegelijk volgen.

Recent zijn er technieken bedacht om het blikveld te verruimen. Dat kan door bij de compensatie alleen rekening te houden met turbulenties in de onderste lagen van de atmosfeer. Die turbulenties zijn namelijk dichterbij de telescoop, en daardoor bepalend voor een breed deel van het blikveld. Door alleen voor de turbulenties in de onderste luchtlagen te corrigeren, blijft er altijd een restant vertroebeling over, veroorzaakt door de hogere luchtlagen. Maar daar staat een breder blikveld tegenover.

Deze zogeheten 'Ground Layer Adaptive Optics' (GLAO) is het onderwerp van de workshop in het Lorentz Center in Leiden. Astronomen uit de hele wereld komen samen om de mogelijkheden van dit nieuwe concept te bestuderen.

De nieuwe correctietechniek is vooral belangrijk voor grote inventarisaties, die nodig zijn om de vroege geschiedenis van sterrenstelsels in kaart te brengen en de evolutie van het heelal te bestuderen.

Belangrijk gespreksonderwerp zullen de technieken zijn, waarmee de turbulenties in de lage delen van de atmosfeer gemeten kunnen worden. Zulke meettechnieken zijn nodig om de spiegel om de goede manier te kunnen vervormen. Daarvoor liggen er verschillende voorstellen.

Zo kunnen er in de atmosfeer kunstmatige sterren worden aangebracht, bijvoorbeeld door een plek laag in de atmosfeer te beschijnen met een laser. Het licht van die kunstmatige ster wordt niet beïnvloed door turbulenties hoger in de atmosfeer. Waarnemingen van die laser-ster kunnen dus dienen om turbulenties in de lage luchtlagen in kaart te brengen.

Tijdens de workshop zullen dergelijke technieken verder worden uitgewerkt. De astronomen zullen proberen de potentiële prestaties van GLAO te schatten en de waarde voor de astronomische gemeenschap in kaart brengen.

Verschillende onderzoeksgroepen werken inmiddels aan GLAO-instrumenten, die over enkele jaren ingezet kunnen worden.

Een uitgebreide inleiding over adaptive optics staat op: http://www.eso.org/projects/aot/introduction.html

In de workshops van het Lorentz Center komen vooraanstaande wetenschappers uit binnen- en buitenland samen om in gezamenlijke afzondering te werken aan een actueel wetenschappelijk probleem. Discussie en interactie staan centraal in de workshops. De samenballing van uiteenlopende kennis levert vaak in korte tijd een grote vooruitgang op.

De workshop 'Ground Layer Adaptive Optics' wordt van 26 april tot 29 april 2005 gehouden. Wetenschappers kunnen de lezingen kosteloos bijwonen. Inlichtingen en inschrijving: Wies Groeneboer, , tel. (071) 5275400. Zie ook http://www.lorentzcenter.nl

Mededeling voor de redactie (niet voor publicatie):

Voordrachten en discussies bij het Lorentz Center staan open voor alle geĆÆnteresseerde journalisten. Het is een goede gelegenheid om in korte tijd een aantal internationale deskundigen te spreken. Graag even van te voren contact opnemen met Wies Groeneboer (zie boven).

Voor inhoudelijk informatie kunt u contact opnemen Prof. dr. Andreas Quirrenbach (één van de coordinatoren van de workshop). Tel. (071) 5275846, email .