next up previous contents
Next: Belang van het LC Up: De ``science case'' van Previous: De ``science case'' van

Ontwikkelingen vanuit de wetenschap

Het succes van eerder opgerichte centra in het buitenland maakt al duidelijk dat bezoekerscentra zoals hierboven genoemd in een behoefte voorzien: tegenwoordig komt in de praktijk de wetenschapper die als kluizenaar zit te werken, weinig meer voor. De wetenschapper van tegenwoordig werkt vaak met meerdere collega's die over verschillende instituten en continenten verspreid zitten samen, en heeft moeite door de overweldigende literatuur een overzicht te houden van de ontwikkelingen in zijn of haar vakgebied. De mogelijkheid om met collega's samen te komen, en in een open atmosfeer te kunnen discussiëren en werken is daarom voor velen een welkome oplossing om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en om van de input en expertise van diverse collega's te kunnen profiteren.

Bij het bepalen van de plaats van het LC binnen de wereld van internationale bezoekersinstituten, is het van belang te realiseren dat de centra zoals hierboven genoemd beschikken over budgetten die vaak in de orde van 10 miljoen gulden per jaar liggen, meer dan het tienvoudige van het totaalbudget van het LC. Deze instituten beschikken vaak over een staf van 15-20 personen. In veel gevallen hebben zij in een jaar een drietal langlopende programma's. Deze programma's strekken zich vaak over een heel semester uit, en de voorbereiding ervan vergt vaak drie tot vier jaar.

De ``niche'' die het LC de afgelopen jaren gevonden heeft ten opzichte van de andere instituten, is die van een klein maar flexibel centrum voor kortere workshops, meest van 1 tot 3 weken. Deze functie sluit aan bij een aantal trends:
(i) De noodzaak om langlopende programma's al meer dan drie jaar vantevoren aan te melden en voor te bereiden wordt in de praktijk door veel betawetenschappers als te lang ervaren om zinvol in te kunnen spelen op onverwachte doorbraken -- de lange voorbereidingstijd heeft het gevaar in zich dat men zich gaat concentreren op relatief stabiele gebieden waar de ontwikkelingen redelijk voorspelbaar zijn. Indien er plaats was, is het LC de afgelopen jaren in staat gebleken op korte termijn een workshop te kunnen organiseren. Ter illustratie: de workshop Non-commutative gauge theory van de Boer en Dijkgraaf (beide UvA) die eind november 1999 georganiseerd werd, speelde in op een belangrijk artikel dat in de zomer van dat jaar verscheen. De organisatie van de workshop, waaraan veel van de belangrijkste wetenschappers in het desbetreffende vakgebied deelnamen, startte pas drie maanden vantevoren.
(ii) De ervaring van de buitenlandse centra die zich op langlopende workshops concentreren, is dat het steeds moeilijker wordt om wetenschappers te overtuigen langer dan een paar weken tot een maand te komen. Dit heeft zowel te maken met de toenemende verplichtingen aan de thuisinstituten, als met het feit dat het steeds meer gemeengoed is een werkende partner te hebben die niet voor langere tijd mee kan. In de praktijk komt het op de andere instituten daarom steeds vaker voor dat deelnemers aan één en hetzelfde programma niet op hetzelfde moment ter plekke zijn -- ook het LC had deze ervaring een paar keer tijdens een zes weken durende workshop over Bose-Einstein condensation in het voorjaar van 2000.
(iii) Zoals het bovengenoemde voorbeeld van de workshop Non-commutative gauge theory illustreert, is in veel gevallen een periode van een of enkele weken voldoende om op de hoogte te raken van nieuwe ontwikkelingen en om met collega's nieuwe lijnen uit te zetten voor de toekomst.


next up previous contents
Next: Belang van het LC Up: De ``science case'' van Previous: De ``science case'' van
Erik Deul
2001-08-23